Gebeurtenissen na balansdatum
Na het afsluiten van het boekjaar 2021 deden zich geen ontwikkelingen voor die de hoogte en samenstelling van de balans per balansdatum aanzienlijk beïnvloeden.
Grondslagen van waardering en bepaling van het resultaat
Bij het opstellen van de jaarrekening volgen we de regels van het Waterschapsbesluit en de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen (BBVW). Deze jaarrekening heeft betrekking op de gegevens over 2021. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. De activiteiten en kosten van waterschappen zijn gefinancierd door een omslagstelsel en tarieven. Daardoor lopen wij, rekening houdend met de impactanalyse, geen risico ten aanzien van de continuïteit.
Consolidatie
In de jaarrekening 2021 heeft op grond van wettelijke verslaggevingsregels geen consolidatie plaatsgevonden van de balansen van Wetterskip Fryslân en Wetterskip Fryslân Deelnemingen BV.
Vaste activa
Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen vervangings- of verkrijgingsprijs. Onder immateriële vaste activa zijn de bijdragen aan activa in eigendom van derden betreffende het Hoogwaterbeschermingsprogramma opgenomen. Deze bijdragen schrijven we in overeenstemming met de investeringen in de primaire keringen in dertig jaar af. De solidariteitsheffing Hoogwaterbeschermingsprogramma schrijven we met ingang van 2014 in vijf jaar af.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen gebaseerd op de economische levensduur en rekening houdend met eventuele restwaarde. Afschrijvingen vinden lineair plaats vanaf 1 januari of 1 juli na het moment van ingebruikname. Overboeking van opgeleverde werken vanuit onderhanden werk naar investeringen vindt plaats op 1 januari of 1 juli van het jaar. Op terreinen schrijven wij niet af. De historische kostprijs is de aanschaf- of vervaardigingprijs met aftrek van ontvangen subsidies, bijdragen van derden en bijdragen uit reserves en/of voorzieningen. Bij de waardering houden we in voorkomende gevallen rekening met een bijzondere ‘vermindering’ van de waarde als deze duurzaam blijkt te zijn. In 2017 is besloten om zonnepanelen in te delen onder de overige bedrijfsmiddelen en de panelen in 20 jaar af te schrijven.
Materiële vaste activa Afschrijvingstermijnen
Gronden | geen |
|---|---|
Vervoermiddelen en Werktuigen | 5 - 10 jaar |
Overige bedrijfsmiddelen | 4 - 20 jaar |
Kantoren en werkplaatsen | 15 - 50 jaar |
Primaire waterkeringen | 10 - 30 jaar |
Oevers en kaden | 25 jaar |
Watergangen en kunstwerken | 10 - 25 jaar |
Gemalen waterkwantiteit | 10 - 40 jaar |
Zuiveringsinstallaties | 10 - 30 jaar |
Wegen | 10 - 20 jaar |
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa waarderen we tegen de verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde. Duurzame waardeverminderingen op balansdatum moeten we onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking nemen. De afboeking maken we ongedaan zodra de oorzaken van de waardevermindering niet meer bestaan. Voor bestaande risico’s van toekomstige waardeverminderingen vormt het waterschap voorzieningen. Dergelijke voorzieningen moeten we als een aftrekpost op het betreffende actief verwerken. Een individuele beoordeling van de financiële vaste activa bepaalt deze voorziening.
Vlottende activa
Voorraden
Voorraden bestaan uit grond- en hulpstoffen en zijn gewaardeerd tegen verkrijgingprijs of de lagere marktwaarde met aftrek van een voorziening wegens incourantheid. De individuele beoordeling van de voorraden per balansdatum bepaalt deze voorziening. Activering vindt plaats als er toekenning van een materiële waarde mogelijk is. Dit houdt in dat zogenaamde ‘grijpvoorraden’ niet geactiveerd worden.
Overige activa en passiva
Activa en passiva zijn, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde. Op vorderingen brengen we, indien noodzakelijk, een voorziening wegens oninbaarheid in mindering. Passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd en de pensioenvoorziening die tegen actuariële waarde is gewaardeerd.
Resultaatbepaling
Baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Verliezen nemen we als last zodra zij voorzienbaar zijn. Baten verantwoorden we voor zover ze zijn gerealiseerd.
Eigen vermogen
Algemene reserves en bestemmingsreserves
Het eigen vermogen is opgesplitst in algemene reserves waaronder reserves voor tariefegalisatie, en bestemmingsreserves. De algemene reserve is het deel van het vermogen dat dient als buffer om algemene risico’s op te vangen. De egalisatiereserves zijn ingesteld om fluctuaties in de tarieven te beperken. De bestemmingsreserves zijn dat deel van het eigen vermogen dat is gereserveerd voor (de dekking van) specifieke uitgaven. Het eigen vermogen vormt het saldo van bezittingen en schulden.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd door:
- verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs zijn in te schatten;
- op de balansdatum bestaande risico’s voor bepaalde, te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
- kosten die we in een volgend begrotingsjaar zullen maken tenzij het maken van die kosten plaatsvindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Kortlopende schulden en overlopende passiva
Hieronder vallen de verplichtingen die op balansdatum bestaan en vaststaan. Verplichtingen die uit een overeenkomst voortvloeien, nemen we pas op als de tegenprestatie is geleverd. Inkoopverplichtingen die zijn aangegaan in het boekjaar, maar waarvan de prestatie het volgende boekjaar wordt geleverd, nemen we niet onder de kortlopende schulden op. Deze zijn toegelicht als ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen’.
