De gehanteerde belastingtarieven voor begrotingsjaar 2021 komen overeen met de tarieven die in de algemeen bestuursvergadering van 4 december 2020 zijn vastgesteld.
De netto belastingopbrengsten zijn € 1,6 miljoen hoger dan de gewijzigde begroting.
Bedragen x € 1 miljoen | |||
|---|---|---|---|
Netto belastingopbrengsten | |||
Gewijzigde begroting 2021 | Realisatie | Verschil resultaat met gewijzigde begroting | |
Watersysteembeheer | 104,8 | 105,6 | 0,8 |
Zuiveringsbeheer | 53,4 | 54,2 | 0,8 |
158,2 | 159,8 | 1,6 |
De volgende wijzigingen in de opbrengsten van de waterschapsbelasting deden zich voor:
Watersysteembeheer: opbrengst watersysteemheffing, € 0,63 miljoen voordeel
De opbrengst van de ingezetenenheffing viel ruim € 0,2 miljoen hoger uit. Dit was vooral een gevolg van diverse interne controles waardoor bestandsverbeteringen hebben plaatsgevonden. Hierdoor is het aantal opgelegde heffingseenheden in de voorgaande jaren gestegen wat ook een verhogend effect heeft in het huidige jaar.
De WOZ-waarde blijft de laatste jaren stijgen. Bij het opstellen van de begroting houden we steeds rekening met de laatste inzichten van de Waarderingskamer. In 2021 is de opbrengst hoger dan begroot. Het voordeel ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 komt uit op € 0,4 miljoen.
De opbrengsten van de categorieën ongebouwd en natuur zijn vrijwel conform de gewijzigde begroting.
Zuiveringsbeheer: opbrengst zuiveringsheffing, € 0,42 miljoen voordeel
De opbrengst van de zuiveringsheffing woningen is ruim € 0,4 miljoen hoger. Redenen hiervoor zijn onder andere dat door diverse interne controles bij het NBK bestandsverbeteringen hebben plaatsgevonden. Een hoger aantal opgelegde heffingseenheden, zie hiervoor bij ingezetenen, in de voorgaande jaren heeft ook bij de zuiveringsheffing woningen een verhogend effect gehad.
Kwijtschelding en oninbaar, € 0,53 miljoen voordeel
De kwijtschelding is € 0,2 miljoen lager. De verwachte stijging waarmee in de begroting rekening is gehouden is daarmee niet uitgekomen.
De oninbaarheid is € 0,3 miljoen lager. Met betrekking tot het bepalen van de hoogte van de voorziening oninbaar is geen rekening gehouden met mogelijke corona-effecten. Het afgelopen jaar zijn deze effecten op de invordering niet zichtbaar geweest.
